kajak op het strandDe kajak is een lange, smalle, van boven grotendeels afgedichte boot met aan de bovenkant een kleine opening voor de vaarder. Ervaren mensen maken vaak gebruik van een spatzeil op hun kajak. Een spatzeil sluit de opening van de kajak af zodat water wat opspat van het peddelen niet in de boot komt. Globaal gezien zijn er drie soorten kajaks.

 

Van oorsprong werd de kajak gebruikt door de inuiten. Ze gebruikten de kajak om mee te jagen op zee. Er werd zelfs op walwissen gejaagd! Vroeger maakten de inuiten de kajaks van geraamte van botten en hout. Dit geraamte werd bespannen door huiden.

De toer kajak


De toer kajak is een kajak die meestal word gebruikt op rustig water. De kajak heeft meestal een vrij vlakke bodem zodat je stabiel in je boot zit. De toerkajak beschikt meestal over een luik aan de achterkant van de boot. Deze kajak wordt veel gebruik om over de rivieren en sloten van Nederland te kajakken.

De zee kajak

 

De zee kajak is een kajak die uitgerust is om over groter water te varen. De vorm van de kajak is sportiever en de kajak is zo gebouwd dat je veel spullen mee kan nemen. Sommige zeekajaks beschikken ook over een handpompje om de boot leeg te pompen. Ook zie je vaak een kompas op een zeekajak. De meeste zeekajaks zijn gemaakt van polyester. Dit is een licht en stevig materiaal wat vaak gebruikt word voor kajaks. Tegenwoordig zie je steeds meer kajaks die vervaardigd zijn van polyethyleen. Dit materiaal is welliswaar zwaarder dan polyester, het is wel steviger. Je kan bij wijze van spreken met een polyethyleen kajak tegen een stenen wal aanvaren zonder dat je kajak beschadigd. Een polyester kajak is gevoeliger voor schade.

De wildwater kajak

 

De wildwater kajak is een vrij korte kajak die gebruikt word om op stromingen in de bergen te varen. De kajak heeft een vlakke bodem en heeft geen scheg (soort van zwaard of vin onder aan de boot) waardoor hij zeer wendbaar is.

Kajak technieken

 

De kajak word bevaren in combinatie met een peddel met twee bladen waarvan de bladen ongeveer negentig graden ten opzichte van elkaar gedraait zijn. Met je rechter hand houd je de peddel goed vast, met je linker hand omklem je de peddel lichtjes zodat je met je rechter hand de peddel kan draaien. Dit is noodzakelijk voor het varen. Als je begint met rechts insteken en je hebt aan de rechterkant van de boot een slag gemaakt steek je vervolgens met de linker kant van de peddel in. Om dit te doen moet je tijdens het overgaan van rechts naar links je peddel draaien. Anders komt het linker blad van de peddel scheef in het water. Dit draaien doe je door je linker hand te ontspannen en met je rechterhand te draaien.

De bocht om

 

Draaien met je kajak doe je door aan een kant van de boot een boogslag te maken. Als je gewoon door wil blijven varen (een bocht in de rivier bijvoorbeeld) en je wilt rechtsaf dan maak je aan de linkerkant van je boot een boogslag. Je steekt de peddel links voor aan de boot in, en maakt een ruime slag ver van de kajak af tot achteraan de kajak. Daarna maak je weer een normale slag aan de rechterkant van de kajak. Daarna maak je weer een boogslag aan de linkerkant. Dit herhaal je tot je de gewenste koers vaart.

Als je 180 graden om wil draaien met je kajak kan je de boogslag combineren met een boogslag aan de anderekant van de boot in de tegengestelde richting.

Sturen in een kajak kan ook met behulp van de duflex. De duflex is een kajak techniek die bij normaal kajakken niet zo veel word toegepast, wildwater kajakkers gebruiken deze echter vaker. De duflex voer je uit door aan de voorkant van de kajak de peddel in te steken, vervolgens maak je met je andere hand een draai waardoor je in principe op je horloge kan kijken. In de eindpositie zit de peddel geheel aan 1 zijde van de kajak. Deze kajak techniek vereist veel oefening.

Stabiliseren

 

Het kan voorkomen dat je door een golf of iets dergelijks je evenwicht in je kajak verliest. Dit kan erg vervelend zijn en omslaan tot gevolg hebben. Dit willen we natuurlijk niet en daarvoor zijn er verschillende kajak technieken voorhanden om omslaan te voorkomen. De lage steun is hier 1 van. Je houdt de peddel horizontaal op navel hoogte waarbij je je armen haaks heb staan. Je hebt dus een hoek van ongeveer 90 graden in je ellebogen en je onderarmen wijzen naar beneden. Als je aan de linkerkant van je kajak drijgt om te gaan zorg je dat je je linker peddel blad evenwijdig hebt aan het water. Vervolgens zet je je af tegen het water met een harde slag. Je geeft het water in principe een klap. Deze klap kan er net voor zorgen dat je je stabiliteit terug vind. Mocht de lage steun niet genoeg zijn dan kun je gelijk na de lage steun door gaan met de hoge steun.

We gaan uit van een hoge steun aan de linkerkant van de kajak. Als je bezig bent met omgaan (je kajak hangt al scheef in het water) zorg je dat je je rechterarm dichtbij je lichaam houdt en je steekt je linkerarm ver uit. Als je bijna om bent steun je met je linker peddel blad op het water, je probeerd je weer over eind te trekken, hier gebruik je ook je heupen bij door een felle heup beweging te maken.

nick in de sloot
Nick Rozenberg met zijn peddel in Friesland.